Burnout

Word je regelmatig doodmoe wakker en gruw je van het idee dat je weer naar je werk moet gaan? Kijk je op televisie naar de ‘walking dead’ maar voel je jezelf eerder de ‘working dead’? Dan licht een burnout op de loer.

Maar moe wakker worden is nog geen burnout. Als je vaak moe bent moet je vroeger naar bed gaan en langer slapen en dan ben je vanzelf niet meer moe.

De signalen

Bij een (dreigende) burnout is er meer aan de hand. Herken je deze signalen, lees dan vooral verder. Een dreigende burnout wordt gekenmerkt door:

  1. Chronische vermoeidheid
  2. Je raakt cynisch over en voelt je minder betrokken bij je werk
  3. Je voelt een groeiende ineffectiviteit op je werk.

Een vakantie helpt niet tegen deze signalen. Uit onderzoek blijkt dat vakantie wel helpt om tot rust te komen en dat effect kan tot een maand na terugkomst voortduren, maar daarna is alles weer bij het oude. En de vakanties zijn niet zo frequent dat ze daar structureel verandering in kunnen brengen.

Burnout is niet overwerkt zijn of niet genoeg rust krijgen. Een burnout is het best te beschrijven als een door het werk veroorzaakte depressie. Het heeft dus niets te maken met werkstress.

Als het werk je frustreert, gaat tegenstaan en het najagen van een carrière je niet boeit, of je niet lukt, raak je pessimistisch. En depressie is uit de hand gelopen pessimisme aldus professor Martin Seligman van de universiteit van Pennsylvania.

Pessimisme versus optimisme

Pessimisme versterkt zichzelf. Zo ook optimisme. Wie optimistisch is en positieve dingen verwacht, heeft daardoor ook veel meer weerstand. Daar zit dus ook gelijk een oplossingsrichting: wees optimistisch.

Maar dat is natuurlijk niet eenvoudig wanneer je in een depressie zit. Toch is het niet zo ingewikkeld. Optimisme en pessimisme komen voort uit het verhaal dat je tegen jezelf vertelt over wat er gebeurt in jouw leven. Het verschil tussen beide:

Een pessimist vertelt zichzelf dat slechte gebeurtenissen:

  1. Lang aanhouden of zelfs eeuwig zullen duren (ik krijg dit nooit klaar)
  2. Voor iedereen gelden (Je kunt ook niemand vertrouwen)
  3. De eigen schuld zijn (Ik ben verschrikkelijk slecht hierin)

Een optimist doet precies het omgekeerde:

  1. Slechte zaken zijn tijdelijk (Soms zit het tegen, straks zit het weer mee)
  2. Slechte zaken hebben een specifieke oorzaak en zijn niet universeel (Die persoon werkt niet mee, maar een ander collega kan vast wel meehelpen)
  3. Deze slechte gebeurtenis komt niet door mij (Ik kan dit best, maar vandaag heb ik gewoon een slechte dag. Morgen lukt het vast wel.).

Let op het stemmetje in je hoofd en wat je thuis aan je partner vertelt wanneer je thuiskomt. Vertel je over de negatieve of ook over de positieve gebeurtenissen op je werk? En welke woorden gebruik je daarbij? Kun je proberen negatieve gebeurtenissen in perspectief te plaatsen waardoor ze minder druk op jou leggen?

Is er meer? Jazeker.

Betekenis en zingeving

Zoek (en vind) de betekenis, zingeving in je werk. Als je echt de zingeving in je werk vindt, als het geen werk meer is maar een roeping, kun je geen burnout krijgen.

Burnouts komen (bijna) niet voor in kloosters, montessori scholen en zorginstellingen met een religieuze inslag. Mensen beschouwen hun werk daar meer als een roeping dan alleen een baan.

Als het werk betekenisvol is, vormen lange werkdagen en stressvolle situaties niet tot een burnout. Sterker nog, uit langjarig onderzoek blijkt dat mensen die betrokken waren bij hun baan die zij ook nog eens als betekenisvol beschouwden en het hardste werkten het langst leven.

Dus zet die roze bril op en zoek naar de betekenis in je werk. Maar zijn we er dan? Wat doe je als ondanks dit alles je een steuntje in de rug nodig hebt?

Vrienden, familie (en een huisdier)

Mensen die zich (op een vervelende manier) verliezen in het werk en gestrest en moe thuis komen hebben geen tijd meer voor familie en vrienden. Maar dat is hetzelfde als wanneer je vanwege de werkdruk zou stoppen met eten en jezelf uithongert.

Een simpele snelle oplossing is het nemen van een huisdier. Vooral als dat huisdier pluizig en aaibaar is. Denk aan een poes, een hond, konijn of hamster. Een leven dat van jou afhankelijk is en zich kwispelend op je schoot laat aaien is het beste om je stress met sprongen omlaag te laten gaan.

Maar ook dat is geen surrogaat voor echt menselijk contact. Als je zelf niet meer in staat bent om de zaken rooskleurig in te zien, of een negatieve gebeurtenis in perspectief te plaatsen, dan kan een vriend of familielid je daar vaak bij helpen. Je problemen delen is de helft van de oplossing.

Moet je dus echt iets anders doen?

Nou eigenlijk niet. Het gaat er niet om dat je zaken anders gaat doen, maar dat je je werk en wat daar gebeurt anders interpreteert. Optimisme en zingeving veranderen alleen jouw perspectief op jouw werk. Tijd vrijmaken voor vrienden doe je als het goed is na je werk.

Er zijn mensen met banen die veel erger zijn dan die van jou en zij krijgen geen burnout. Waarom jij dan wel? Het is een kwestie van perspectief en houding. Is het glas halfvol of halfleeg? Als je het glas maar met je vrienden opdrinkt. Proost.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailFacebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Laat een reactie achter