Het grote niets

Er was eens een bedrijf, waar niemand iets deed wat ook maar in de verre verte op productiviteit leek. Mensen kwamen s-ochtends opgewekt op kantoor aan. Met de auto, de trein of de tram want het kantoor lag dichtbij het centraal station.

In een opgewekte looppas aangekomen bij de grote draaideur die steeds weer happen kantoorpersoneel aan de ene kant opslokt en aan de andere kant weer uitspuugt, begint het eerste vertragen. De draaideur draait lang-zaam. Heel lang-zaam. Het soort langzaam waarvan je schouders gaan hangen, je rug inzakt en je schoenen beginnen te sloffen. Irritant langzaam eigenlijk, maar het duurt dan weer net niet lang genoeg om je er echt aan te gaan ergeren.

Aan de andere kant van de draaideur, misschien is dat ook wel de functie van die deur, bevindt zich een andere wereld. Een beetje beklemmend, een wat verstikkende atmosfeer. Golven mensen worden keer op keer in de centrale hal uitgebraakt, waarna zij zich een weg banen naar de verschillende werkplekken, verspreid door het gebouw. Dan begint de lange, lange dag.

Eerst een kopje koffie uit de automaat. Heb je de eerste van de dag, dan krijg je een half bakje prut dat nergens naar smaakt en kiep je dat geroutineerd in het lekbakje dat eigenlijk weer niet voor die hoeveelheden koffie is gemaakt. Maar wat kan jou het schelen? Hup weer snel de snelcode ingevoerd en een volgend bakje troost pruttelt uit de automaat. Een tijdje geleden maakte je nog wel eens een loopje naar de koffiecorner waar echte koffie word getapt, of espresso. Maar nadat als bezuinigingsmaatregel de prijzen daar waren verhoogd, nam je weer genoegen met automatenprut. Diezelfde bezuinigingen hadden je ertoe gebracht om weer boterhammen van thuis mee te nemen. De ecologisch verantwoorde kantine had zich namelijk behoorlijk uit de markt weten te prijzen, wat resulteerde in een verfrommeld boterhammenzakje op het bureau en de kruimels onder de bureaustoel. Het was de vraag of er inmiddels niet meer muizen dan kantoorklerken in het gebouw verbleven.

Met het bekertje koffie in de ene hand en het gratis treinkrantje in de andere, terug naar het bureau. In een grijze, troosteloze ruimte, met het enige plantje dat wist te overleven in de flikkerende TL-verlichting. Alle bladeren waren wel bruin aan het uiteinde, van die punten die je weleens met een schaar afknipt in de hoop daarmee het verval te stoppen, maar toch overleefde het plantje tenauwernood.

De knop van de computer werd ingedrukt, gevolgd door die van de monitor. En het volgende wachten begint. Het bedrijf wilde qua ICT immers voor een dubbeltje op de eerste rang zitten, wat resulteerde in lange opstarttijden en trage verbindingen. De keren dat het kantoor dit jaar een middaglang niet kon werken omdat het netwerk weer eens plat lag, kon niet meer op één hand geteld worden. Niet dat dat heel veel uitmaakte. Want de belangrijkste activiteit in dit bedrijf bestond uit het surfen op internet, nutteloze e-mailtje versturen aan zoveel mogelijk mensen, vergaderen over de organisatie zelf, staren naar de telefoon die verbazingwekkend weinig overgaat, de paperclips op volgorde van grootte in de bureaulade sorteren en diezelfde la vervolgens met een ferme zwier dichtklappen, het schrijven van nota’s aan de directeur, nota’s die door hem na tien keer herschreven te zijn, vriendelijk naast zich neer werden gelegd en ga zo maar door.

Je werkte aan belangrijke adviezen en maakte stijlvolle nota’s. Strategische omgevingsanalyses werden gemaakt teneinde het management te voeden met verse informatie waarop de koers van de onderneming kan worden afgestemd. Een koers die feitelijk nooit werd gewijzigd. En was je maar de enige. Maar je had toch sterk de indruk dat je collega’s tot niet veel meer kwamen dan jij.

Ieder maand werd braaf je salaris overgemaakt. Geld waarvan je afvroeg waar het eigenlijk vandaan kwam. Hoe komt het toch dat het bedrijf, jouw baas, jou iedere maand weer duizenden euro’s betaalt voor werk waar niets mee word gedaan of wat in ieder geval niet concreets oplevert? Intussen scan je de zaterdagkranten op de leestafel op de vacatures. Hopende die baan te vinden bij dat bedrijf waar je je wel nuttig kunt maken. Maar ook deze week tevergeefs.

Half zes. De dag is tergend langzaam aan je voorbij getrokken. Je hebt in de reflectie van de ramen je haren weer een tintje grijzer zien worden, de groeven in je gezicht weer iets dieper. Maar eindelijk is de werkdag weer teneinde. Door de draaideur wordt je een andere wereld in gespuugd. Een wereld in een hogere versnelling. Je probeert bij te benen maar je struikelt bijna. Je probeert de dag zo snel mogelijk te vergeten, maar dat is lastig als die dag op alle andere lijkt.

Thuis wacht je partner. Een partner die ook zo’n strontvervelende dag op het werk erop heeft zitten. Je partner klaagt over de baas, die vervelende collega, die zinloze vergadering, het teveel of tekort aan werk. Het is nooit goed. Je hoort het zwijgend aan. Hangend voor de televisie sluit je je mentaal af, je kijkt zonder echt te zien. Totdat je een paar uur later, vermoeider dan ooit al weet je niet waarvan, jezelf in bed laat vallen en in een diepe onrustige slaap valt. Op naar een volgende dag.

* Dit is een fictief verhaal van een niet bestaand bedrijf. Iedere gelijkenis met een bestaand bedrijf of persoon berust op louter toeval. Mocht je je er toch in herkennen, neem dan alsjeblieft heel snel contact op met Korrelatie, of ga aan de slag met één van de vele werkpleziertips die je kunt vinden op deze website.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailFacebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

2 reacties bij Het grote niets

  • Geert

    Verdomd herkenbaar wat een idiote wereld, waarom is er zoveel zinloos (kantoor)werk en de mensen die het meeste werk verzetten krijgen het minste. De wereld is door en door verrot

  • Herkenbaar. Ik denk voor veel mensen wel. Het plaatje van Office Space is dan ook wel toepasselijk en die vertelt het hele verhaal wat luchtiger en grappiger. Jouw verhaal is realistischer en confronterender. Feit blijft vaak wel dat mensen het geld nodig hebben…en dat is de reden dat ze zo blijven hangen en hier genoegen mee nemen. Jammer, maar waar.

Laat een reactie achter