In veel organisaties lijkt ambitie een vaste richting te hebben: wie zich ontwikkelt, groeit door, wie doorgroeit, gaat omhoog. En wie echt succesvol is, eindigt uiteindelijk aan de top. Dat beeld is zo vanzelfsprekend geworden dat we het zelden nog ter discussie stellen. Het is iets wat we op school al leren en wat ons hele werkende leven met ons meelift. We willen winnen, de beste zijn, de hoogste plek in de organisatie verwerven.
In de praktijk werkt het vaak anders. Veel mensen functioneren het best in functies net onder de hoogste positie. Niet omdat zij het niet aankunnen, maar omdat juist daar inhoudelijke kennis, ervaring en invloed samenkomen. Dit zijn de rollen waarin teams worden gedragen, besluiten worden voorbereid en continuïteit wordt bewaakt.
Toch worden deze posities vaak gezien als tijdelijk. Als tussenstation. Als plek waar je zit totdat je klaar bent voor de volgende stap. Daarmee leggen organisaties een permanente druk op mensen die feitelijk al van grote waarde zijn. We leggen onszelf een enorme druk op. Wie niet verder omhoog wil, moet haast verantwoorden. “Oh, ben je nog steeds plaatsvervanger.” Alsof ambitie alleen telt wanneer zij zichtbaar en hiërarchisch is.
Dat heeft gevolgen. Mensen verlaten functies waarin zij goed zijn, omdat stil blijven staan wordt gezien als achterblijven. Of blijven teleurgesteld en gedesillusioneerd in plekken hangen waar, niet bij machte om een plekje hoger te bemachtigen, terwijl ze eigenlijk prima op hun plek zitten. Net onder de top. Organisaties verliezen ervaring en stabiliteit en vervangen die door doorstroming. Ontwikkeling wordt verward met beweging.
Misschien moeten we onze ambitie anders definiëren. Niet als de vraag hoe hoog iemand (maximaal) kan komen, maar als de vraag waar iemand het meest van waarde is. Voor zichzelf en voor de organisatie. Voor veel mensen ligt dat antwoord niet aan de top, maar precies daaronder.
Dat is vaak de plek waar je niet iedere dag 100% moet presteren. Maar misschien op 80% wat je dan ook jarenlang kunt volhouden. Een organisatie wordt ook juist gedragen niet alleen door de topman of topvrouw, maar juist door de dragende laag daaronder. Daar worden de echte beslissingen genomen en de koers uitgezet. En daarbij is er maar zoveel plek in de piramide naar de top. Die tweede plek, daar zijn er veel meer van en is dus veel realistischer te behalen.
Dus koester die tweede plek en stel je ambities bij. Niet naar beneden, niet ambitieloos, maar juist gericht op de plek waar jij het beste past en waar jij de meeste impact kunt hebben, zonder het risico op desillusie of een burn-out.
Binnen enkele weken in de boekhandel: “Lang leve de tweede plaats“
