Psychosociale arbeidsbelasting: de achterliggende oorzaak?

Over psychosociale arbeidsbelasting (PSA) is de afgelopen decennia al volop geschreven en nu doe ik ook een duit in het zakje.

Want het beleid en toezicht rondom PSA richt zich voornamelijk op de werkgever en of die voldoende beleid voert om ongewenste omgangsvormen (pesten, agressie en geweld, discriminatie of seksuele intimidatie), werkdruk, stress en burnout te voorkomen. Daarnaast kijken we naar de arbo-professionele dienstverleners zoals vertrouwenspersonen en bedrijfsartsen die hier een belangrijke rol in hebben.

Maar nu ik wat langer met deze materie bezig ben, lijkt dat dweilen met de kraan open en wordt PSA alleen maar meer in plaats van minder. Dat terwijl PSA al beroepsziekte nummer één is. Ik wil met jullie dus een slagje dieper gaan en kijken naar een alternatieve oorzaak achter de stijging in PSA gerelateerde klachten.

Wat is er zo erg aan PSA?

‘Van hard werken ga je niet dood’, zo is ons jarenlang ingepeperd en het is een arbeidsethos dat bij menigeen in het achterhoofd rondzingt. Maar van hard werken kun je in ieder geval wel ziek worden. En dat levert persoonlijk leed op, maar ook een hoop maatschappelijke kosten.

Een derde van het ziekteverzuim in Nederland wordt veroorzaakt door werkgerelateerde psychische klachten. Daarmee is psychosociale arbeidsbelasting (PSA) de meest voorkomende beroepsziekte in ons land. Het kost de samenleving miljarden per jaar. TNO schat de totale kosten voor werkgevers als gevolg van psychosociale arbeidsbelasting (vooral doorbetaling van loon bij verzuim) op 2,2 miljard euro. En dat zijn alleen nog maar de kosten die werkgevers maken. Daar komen nog eens zorgkosten bij. Als we alleen al naar PSA kijken lopen de maatschappelijke kosten op tot bijna 4,5 miljard per jaar. Dat zijn nog eens getallen.

Alle reden dus om PSA en de uitval als gevolg daarvan te beteugelen. Maar hoe doe je dat? Want waarom is het probleem ondanks alle aandacht van werkgevers en arboprofessionele dienstverleners dan zo hardnekkig en zien we PSA de afgelopen jaren alleen maar toenemen? Zelfs nu het economisch weer beter gaat en de werkloosheid historisch laag is. Hebben de werkgevers het zo slecht met de werknemers voor of is er iets anders aan de hand?

Een slagje dieper

Ik wil hier wel een poging wagen om een dieperliggende oorzaak op tafel te leggen. Voel je vrij om daarop te reflecteren, want een wetenschappelijke onderbouwing van mijn stelling is er (nog) allerminst.

Ik durf de stelling aan dat de oorzaak van veel PSA is gelegen in de financiële afhankelijkheid en financiële onzekerheid bij mensen. Een afhankelijkheid en onzekerheid die ook nog eens ieder jaar groter lijkt te worden.

PSA in de vorm van werkdruk, pestgedrag, intimidatie, discriminatie, agressie en geweld, kan blijvend floreren dankzij die financiële afhankelijkheid.

Financiële afhankelijkheid in combinatie met toenemende financiële onzekerheid

Iedereen, ook jij, heeft rekeningen te betalen. Als we simpelweg al kijken naar de woonlasten die de pan uitrijzen met een overspannen huizenmarkt. Met een (dubbel) modaal inkomen kun je geen normaal huis meer kopen, laat staan een betaalbaar huurhuis vinden. We steken ons daarom in toenemende mate in de financiële schulden om ergens te kunnen wonen. Daarbovenop komen de stijgende kosten van nutsvoorzieningen (gas, elektra, water, rioolheffing etc) waar ook nog eens een (kostbare) verduurzamingsslag gemaakt moet worden. We weten allemaal wie dat moet betalen. De lasten die het kabinet ons in het vooruitzicht stelt met de verduurzamingseisen die investeringen in zonnepanelen, warmtepompen en ga zo maar door noodzakelijk maken, gecombineerd met stijgende lasten om dat ook collectief te bekostigen, stelt weinig gerust. Reken dan ook nog de kosten van verzekeringen, eten, drinken, kleding, vervoer (auto!) en ontspanning en het plaatje is al bijna compleet. Als je dan ook nog eens kinderen hebt dan weet je dat de kosten van opvoeden en leren/studeren er ook niet om liegen.

Een stabiel en zeker inkomen om die kosten iedere maand weer te kunnen betalen is dus voor vrijwel iedere Nederlander zeer gewenst. Dat inkomen komt veelal uit arbeid en daarvoor zijn we dus afhankelijk van een werkgever. Eén werkgever, want – de happy few die schijnbaar achteloos de ene baan voor de andere kunnen inwisselen daargelaten – zo makkelijk is het niet om aan een andere baan te komen.

Als je al een werkgever hebt, want steeds meer mensen worden in een zzp-achtige constructie gedwongen, waarbij je als (schijn-)opdrachtnemer onder nog meer druk komt te staan om iedere maand een stabiel inkomen binnen te halen. Een vast contract wordt daarbij ook nog eens meer uitzondering dan regel. Een goed recept om je je als werknemer gedeisd te houden om je vaste bron van inkomsten niet op het spel te zetten. Dus als die werkgever/opdrachtgever de druk opvoert, onredelijke eisen stelt aan productiviteit, er gepest wordt op de werkvloer, wie ben jij dan om daarover actief het gesprek aan te gaan? Want wie ‘lastig’ gevonden wordt op het werk heeft het risico datzelfde werk, en dus het inkomen, kwijt te raken.

Dus bijt je nog maar een keer op je tong, negeer je die vervelende opmerkingen, zie je de ellenlange nutteloze vergaderingen te overleven door je afzijdig te houden waar mogelijk, werk je nog maar een avond of weekend door om je ‘targets’ te halen.

Met als gevolg dat je met lood in de schoenen naar je werk gaat, dat je zuchtend en steunend thuiskomt na weer een dag ellende, dat je ‘s nachts met een paniekaanval wakker wordt. Je kropt het op totdat het niet langer gaat en het er uitkomt. Dan is het meestal te laat en zit je met een burn-out ziek thuis, kan de bedrijfsarts constateren dat jij de druk niet hebt aangekund, wordt je contract niet verlengd en zit jij met de gebakken peren.

Niemand ook die het zag aankomen. Het ging toch allemaal zo goed. Alle andere collega’s redden het toch ook. Kennelijk ben jij de zwakke broeder of zuster die het allemaal niet meer trekt.

De essentie zit voor mij in de financiële afhankelijkheid die maatschappelijk zo diep is ingebed dat we met z’n allen geen kant meer op kunnen. Dat je je mond maar houdt omdat de rekeningen betaald moeten worden. Dat je niet zomaar een andere baan weet te vinden, laat staan dat het gras aan de overkant nou echt groener is. Er is immers overal wel wat. En de werkgevers weten dat. Met tijdelijke contracten en zzp-constructies wordt de afhankelijkheid en onzekerheid daarbij alleen maar groter en het risico bij de individuele medewerker neergelegd.

Dan kan een werkgever het op papier allemaal mooi op orde hebben; een klachtenregeling, klachtencommissie, vertrouwenspersonen, bedrijfsarts en noem maar op beschikbaar hebben. Jij kijkt wel uit om daar gebruik van te maken. We weten immers allemaal wat er met klokkenluiders gebeurt, dat de werkgever in de machtspositie verkeert en niet jij, dus hou je je maar gedeisd.

Waar we in het beleid en het toezicht vooral kijken naar de rol van de werkgever en of hij de voorzieningen in plaats heeft om PSA tegen te gaan, zit daar in essentie niet de oplossing. Zolang wij (jij en ik) ons financieel afhankelijk maken (of laten maken, alsof je daar bijvoorbeeld met de huidige huizenmarkt heel veel aan kunt doen), zijn wij tevens afhankelijk van iemand die ons van een inkomen voorziet. En in die afhankelijke relatie probeer je te voorkomen dat die bron van inkomen verloren gaat.

Oplossing?

Kunnen we hier wat aan doen? Ik heb er een hard hoofd in. Ik vrees dat PSA de komende jaren dus nog eens heel groot kan gaan worden in dit land. Maar als iemand een andere analyse heeft, dan hoor ik dat graag.

Wat is PSA eigenlijk en wie is verantwoordelijk?

De Arbeidsomstandighedenwet omschrijft PSA als “de factoren direct of indirect onderscheid met inbegrip van seksuele intimidatie, agressie en geweld, pesten en werkdruk, in de arbeidssituatie die stress teweeg brengen”. Stress is daarbij “een toestand die als negatief ervaren lichamelijke, psychische of sociale gevolgen heeft”. (artikel 1, lid 3, e en f Arbowet)

De werkgever voert, binnen het algemeen arbeidsomstandighedenbeleid, een beleid gericht op voorkoming en indien dat niet mogelijk is beperking van psychosociale arbeidsbelasting. (artikel 3 Arbowet) De werkgever is verplicht preventief beschermende maatregelen te treffen (artikel 2.15 lid 2 Arbobesluit), een beleid op te stellen en medewerkers voor te lichten over de risico’s van PSA waaraan ze worden blootgesteld (artikel 3.2 Arbowet). Om hier invulling aan te geven is een Risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E) noodzakelijk (artikel 2.15 lid 1 Arbobesluit).

In de risico-inventarisatie worden, naast alle andere arbeidsrisico’s die voorkomen in de organisatie, ook alle PSA-thema’s geïnventariseerd en de mate van risico vastgesteld. Aan de hand van de geïnventariseerde risico’s worden oplossingen gekozen die in een plan van aanpak bij de RI&E worden vastgelegd.

De werkgever wordt zowel bij het opstellen van de RI&E, het plan van aanpak en de begeleiding van werknemers met PSA-klachten ondersteund door talloze Arbo professionele dienstverleners.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailFacebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Laat een reactie achter