Trots op je werk?!

Durf jij jezelf de vraag te stellen of jij trots bent op jouw werk? Vertel jij op feestjes aan vrienden en (on)bekenden met trots voor welk bedrijf je werkt en over jouw concrete werkzaamheden? Wat vertel jij aan je partner waaneer je thuiskomt na een lange dag op het werk? Kun je je nog een periode herinneren dat je wel trots op je werk was? Wil je überhaupt wel trots zijn op je werk of doe je dat slechts ‘voor het geld’?

Trots, daarover gaat deze bijdrage. We zijn een calvinistisch landje, waarin borstklopperij niet wordt gewaardeerd. Dat maakt per definitie dat we op vragen als deze wat gematigd reageren. Maar dat slaat vaak ook door in een negatieve of cynische houding. En dat is zo zonde, omdat we daardoor vaak de positieve aspecten aan ons werk niet eens meer zien. Trots heeft te maken met je verbonden voelen met de onderneming (door het doel dat het nastreeft en de uitdagendheid van de werkzaamheden) en zingeving. Trots is ook een gevoel en dus niet altijd met feiten of argumenten te onderbouwen. Je werk moet ‘goed’ voelen om er trots op te kunnen zijn.

Als je kunt kiezen, wil je dan trots zijn op je werk of niet?

Perspectief 1: de werkgever

Voor een werkgever is het van belang te investeren in werktrots. Trotse medewerkers zijn loyaler en productiever. Zij hebben een intrinsieke motivatie en zijn daarmee niet (alleen) salaris gedreven, zij hebben ook hart voor de zaak en werken hard voor de zaak.

Communicatie en waardering zijn dan twee sleutelbegrippen. Laat veelvuldig horen en zien wat het bedrijf als geheel nastreeft en bereikt en hoe de individuele prestaties van medewerkers daaraan hebben bijdragen. Gebruik daarvoor brede bijeenkomsten, groepsvergaderingen en ook de individuele functioneringsgesprekken. Maar ook door letterlijk over de gangen te wandelen en interesse te tonen in het werk dat uw mensen voor u doen, stimuleert u het moreel. Hoe vaker u dat doet (herhaling, herhaling, herhaling) hoe effectiever het is en hoe beter uw boodschap beklijft.

Beschouw iedere medewerker als een reclamezuil die het bedrijf in het informele circuit (op de tennisbaan, bij netwerkbijeenkomsten, op feestjes) op de kaart zet. Praat hij positief over uw bedrijf en zijn werkzaamheden, dan straalt dat af op het bedrijf. Praat hij negatief, dan kunt u zich de imagoschade wel voorstellen. U kunt ervoor zorgen dat hij het eerste doet door zijn betrokkenheid bij het bedrijf en het werk te verstevigen. Praat dus veel met uw medewerkers, toon uw waardering en vraag vooral ook naar hun passies en drijfveren. Die kunt u vast op enige manier inzetten voor uw bedrijf.

Perspectief 2: de werknemer

Als jij ervoor kiest om trots te zijn op je werk, dan kun je daar vrij eenvoudig een paar stappen in zetten.

a. Houd je successen en mooie momenten bij. Dat doe je altijd op schrift. Van een blik in je schrift krijg je gelijk een goed gevoel en het is handig bij functioneringsgesprekken. Ook zal het je helpen om bij thuiskomst of op feestjes iets positiefs over je werk te vertellen. Je zult merken dat dat alleen al jouw trots op het werk enorm zal beïnvloeden.

b. Omschrijf voor jezelf wat de bijdrage van jouw werk aan een hoger doel is. Wat is ‘de zin’ van jouw werk? Dat kan het bedrijfsresultaat zijn, maar ook een groter maatschappelijk belang. Werk je bij de belastingdienst dan kun je dat als iets negatiefs zien, tenzij je in gedachten haalt dat met die opgehaalde belastingcenten een hoop mooie dingen worden gedaan (zoals wegen en spoor aangelegd, natuur beheerd, sociaal zwakkeren ondersteund). Dat zou zonder het innen van belastingen niet mogelijk zijn. Dat klinkt toch al een stuk leuker en nuttiger. Voor iedere baan is iets positiefs te vinden, of jij daarin ‘gelooft’ is een andere zaak.

c. Benoem dat wat je in je werk tegenstaat, dat wat aan je trots in de weg staat. Schrijf ook dat op en ga daarover het gesprek met collega’s en je baas aan. Dat wat onbesproken blijft, verandert niet. Misschien kun je samen tot andere werkvormen of afspraken komen die het werken voor jou (en anderen) aangenamer maken.

d. Kun je een baan of werkomgeving bedenken, waarop je meer trots zou zijn dan je huidige plek? Als dat zo is, kunnen dan elementen uit die (virtuele) plek in je huidige functie worden overgenomen? Is bij nadere beschouwing het gras inderdaad groener aan de overkant? En, zo ja, hoe kom je daar dan? Of valt het dan toch wel mee op je huidige plek?

e. Verwachtingenmanagement: zijn je verwachtingen van je huidige functie wel reëel? Voor wie weinig verwacht is een klein succesje al een wereldprestatie. Kun en wil jij je verwachtingen zo bijstellen dat je sneller trots kunt zijn op dat wat jij op je werk doet, op de bijdrage die jij aan een groter geheel levert, ook als dat hele kleine bijdragen zijn?

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmailFacebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Laat een reactie achter